Biografie

 

Hans Achterhuis (1942) is emeritus hoogleraar Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente. Hij is bekend als publieke intellectueel die zich regelmatig mengt in maatschappelijke discussies. De nadruk in zijn werk ligt op de sociale filosofie, waarbij hij zich heeft gericht op thema’s als ontwikkelingshulp, welzijnswerk, schaarste en technologie.

Zowel De utopie van de vrije markt (Lemniscaat 2010) als zijn magnum opus Met alle geweld (Lemniscaat 2008) werden onderscheiden met de Socrates Wisselbeker voor het beste filosofieboek van het jaar. De kunst van het vreedzaam vechten (Lemniscaat 2014) stond in 2015 op de shortlist voor deze prijs.

Van zijn klassieker uit 1979 De markt van welzijn en geluk verschijnt eind 2016 een actuele editie. Eerder publiceerde hij De erfenis van de utopie (1998), Politiek van goede bedoelingen (1999) en Utopie (2006).

Achterhuis recenseert wijsgerige literatuur voor de Volkskrant en is redacteur van het Kritisch Denkerslexicon en het Tijdschrift voor Filosofie.

Loopbaan

Achterhuis studeerde theologie en filosofie in Utrecht en Straatsburg. Hij promoveerde met een proefschrift over Albert Camus. Lange tijd combineerde Achterhuis zijn wetenschappelijke werk met functies bij maatschappelijke organisaties (Werelddiaconaat, Nederlands Centrum voor Buitenlanders). Als docent sociale filosofie was hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, onder andere bij de afdeling Andragologie. In 1988 werd Achterhuis bijzonder hoogleraar milieufilosofie aan de Universiteit van Wageningen. Van 1990 tot zijn emeritaat in 2007 bekleedde hij de leerstoel Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente.

Ook in het buitenland bekleedde Achterhuis functies. Hij gaf in 1983 onderwijs aan de Universiteit van Berkeley en was in 1987 docent aan de University of Pennsylvania. In 1994 bekleedde hij de ‘Leerstoel Theodore Verhaegen’ aan het Centrum voor de Studie van de Verlichting en het Vrije Denken van de Vrije Universiteit Brussel. In 2004 was hij voorzitter van de Visitatiecommissie die het onderwijs in de wijsbegeerte aan de vier Vlaamse Universiteiten beoordeelde.

Gedachtegoed

Het oeuvre van Achterhuis kenmerkt zich door de verbinding van filosofie met actuele maatschappelijke vraagstukken rond bijvoorbeeld ontwikkelingshulp, welzijnswerk, gezondheidszorg en de milieuproblematiek. Begrippen als arbeid, schaarste, utopie, techniek of geweld, die een belangrijke rol spelen in het begrijpen en ervaren van actuele problemen, worden door Achterhuis aan een kritisch onderzoek onderworpen. Deze aanpak, waarbij filosofie wordt gekoppeld aan een uitgebreid onderzoek van dossiers, rapporten en krantenartikelen, heeft Achterhuis met een aan Michel Foucault ontleende term wel actualiteitsanalyse genoemd. Daarnaast voelde Achterhuis zich in het verleden sterk verwant met het werk van Ivan Illich. Het meest blijvend is hij echter beïnvloed door Hannah Arendt.

Achterhuis’ boek De markt van welzijn en geluk uit 1979 was erg succesvol. Achterhuis stelt daarin dat de enorme groei van de sector van het welzijnswerk niet alleen op vooruitgang duidt. Meer hulp betekent niet altijd vooruitgang, maar creëert ook afhankelijkheid. De klassieker wordt in 2016 geactualiseerd en van een nieuwe inleiding voorzien.

In Het rijk van de schaarste uit 1988 wordt het streven naar vooruitgang bekritiseerd via een uitgebreide verkenning in de geschiedenis van de filosofie rond het begrip schaarste. Een centrale stelling is dat de toenemende gelijkheid, die de moderne tijd zo prijst, ook de bron is van voortdurende onderlinge vergelijking en concurrentie. Schaarste staat niet gelijk aan een objectief tekort aan hulpbronnen, maar is in belangrijke mate een relatief verschijnsel. Als gevolg hiervan zal vooruitgang nooit de schaarste aan voedsel, aan zorg, of welk ander goed dan ook kunnen oplossen.

Het thema van de overwinning van fundamentele tekorten komt typisch tot uiting in het idee van de utopie. Het utopisch verlangen met als grote schaduwkant het totalitarisme is het onderwerp van De erfenis van de utopie uit 1998. In deze studie is bovendien veel aandacht voor de techniek, als het middel bij uitstek ter realisatie van het utopisch vooruitgangsidee. Rond het thema moralisering van apparaten levert Achterhuis met dit boek ook een bijdrage aan het denken over de invloed van technologie op mensen in de hedendaagse cultuur.

In 2008 verschijnt Met alle geweld. In zijn poging om het geweld filosofisch te begrijpen put Achterhuis uit de filosofie maar evenzeer uit de geschiedschrijving, de actualiteit van de krant, en uit literaire verbeelding in romans. Deze veelomvattende analyse brengt Achterhuis tot het afwijzen van monocausale verklaringen van geweld, of het nu de biologische natuur is of het door Girard beschreven zondebokmechanisme. Het geweld kan niet definitief verslagen worden door die zogenaamde ene oorzaak weg te nemen. We zullen moeten leven met geweld. Om het geweld zoveel mogelijk te beteugelen acht hij het nodig om de verschillende bronnen van geweld te erkennen en te begrijpen.

Achterhuis’ studie De utopie van de vrije markt laat uitkomen dat de vrije markt niet is wat overblijft als je alle bestuur weglaat, maar dat de vrije markt in een lange geschiedenis opgebouwd is. Daarnaast wordt duidelijk dat economen en filosofen altijd kritisch dachten over voor- en nadelen. De Amerikaanse neoliberale politiek van de afgelopen decennia blijkt gebaseerd op een blind geloof in de vrije markt, aangejaagd door de utopische roman Atlas Shrugged van Ayn Rand. In het utopisch project van het neoliberalisme werden de gevaren en nadelen niet erkend, en werd, zoals in Chili, het geweld veroorzaakt bij opgedrongen introductie van de vrije markt voor lief genomen.

Prijzen en onderscheidingen

Hans Achterhuis behoort tot ‘de twaalf grootste denkers van Nederland’ (Vrij Nederland) en ‘de denkers die ons wereldbeeld veranderden’ (NRC Handelsblad). De markt van welzijn en geluk (1979) is een van ‘de grote boeken van de twintigste eeuw’ (uitgave Gemeentebibliotheek Utrecht). Het rijk van de schaarste (1988) werd door Bart Tromp uitgeroepen tot het beste boek van dat jaar.

In 2003 ontving Achterhuis de Pierre Bayle Prijs voor maatschappijkritiek.

Bij zijn emeritaat in 2007 werd Achterhuis benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Met zijn magnum opus Met alle geweld (2008) won Achterhuis de Socrates Wisselbeker 2009. Uit het juryrapport: ‘Met alle geweld is het filosofische meesterstuk van Hans Achterhuis. Met behulp van een op het eerste gezicht heel bescheiden omschrijving van geweld weet hij de vele aspecten van dit veelkoppige monster te onthullen. ... Een bij uitstek prikkelend boek, helder geschreven en filosofisch doorwrocht.’

In april 2011 werd Achterhuis voor twee jaar benoemd tot 'Denker des vaderlands'.